Gevoelens zijn net kleine kinderen

Gevoelens zijn net kleine kinderen die aandacht willen. Luister je niet naar ze, dan blijven ze terugkomen, aan je trekken, aan je hangen. Ze eisen steeds meer je aandacht op en worden creatiever en heviger in hoe ze zich uiten. Het helpt misschien even om afleiding te zoeken, maar na een tijdje zijn ze er weer.

Zoom even in op de volgende situatie:

Je hebt een lange tijd veel en hard gewerkt. Snakt naar rust, gewoon even niets. De vrijdag breekt aan en je verheugt je erg op het weekend. Lekker uitslapen, eens een beetje tijd voor je partner nemen, je moeder bellen (heb je al twee weken geleden beloofd), een cadeautje kopen voor het feestje van zaterdagavond, misschien even lekker naar buiten, gewoon een beetje kijken waar je zin in hebt. Op dat moment komt je baas binnen met een verzoek, een stuk dat dinsdag écht af moest zijn. Maandag concept klaar.

De adrenaline giert door je lijf: daar gaat je weekend! Dit wil je echt niet. De ratelmachine in je hoofd gaat af. Je baas zal het vast niet begrijpen als je nee zegt, vindt je vast niet goed of ijverig genoeg, te star, of te moeilijk. Pffft. Waarom staat hij er niet bij stil wat zijn verzoek voor jou betekent? Een logge brij van gevoelens komt op je af. Iets van boosheid, vertwijfeling, schuldgevoel en angst tegelijk. Je weet niet wat je hiermee aan moet (je wilt er ook niets mee!) en daarom zeg je maar: “Nou, vooruit dan maar”. Je denkt: gewoon even doorbijten en dan volgend weekend wel echt vrij zijn. Je zet je er overheen en gaat weer aan het werk. Weg met die onvrede, heeft toch geen zin.

Herkenbaar?

We zoomen weer uit uit de situatie:

Je innerlijk ziet er op dat moment uit als een gillend kind, dat volledig je aandacht opeist en aardig overstuur aan het raken is, met een laagje van teleurstelling en berusting er overheen. De vraag is wat je voor dat kind kunt doen. Besluit je om je bij de situatie neer te leggen omdat er toch geen oplossing is en ga je over tot de orde van de dag? Dan is het alsof je het kind aan zijn lot overlaat. Als hij al niet doordraait, blijft ie murw achter, met een gevoel niet gehoord te worden. Zou jij je kind zo willen behandelen? Waarschijnlijk niet.

De vraag is wat een liefdevolle volwassene zou kunnen doen. Je zou kunnen beginnen met aanwezig en hulpvaardig te zijn. Het kind helpen om onder woorden te brengen wat er is:

  1. Probeer het kluwen te ontwarren: Beelden, gevoelens, emoties, gedachten, gevoel in je lichaam. Schrijf alles op om wat orde te scheppen in de brij.
  2. Onderzoek je gevoel over wat er is: Wat doet het je om je zo te voelen? Wat voel je bij die gedachten? Wat voel je bij die beelden? Waar voel je wat?
  3. Voel wat je echt zou willen: Wat is je behoefte? Waar verlang je naar?
  4. Voel wat je tegenhoudt: Welke gevoelens, emoties, gedachten en beelden houden je tegen om die behoefte te vervullen?
  5. Wat heb je nodig om je behoefte en verlangen te kunnen bevredigen? Welke eerstvolgende stap kun je nu nemen in die richting?

In ieder geval wordt het kind nu gehoord. Hij hoeft niet meer te schreeuwen en kan vanuit meer rust aangeven wat het nodig heeft.

 

Alles eruit gooien (zoals de lente doet)

Graag deel ik met jullie het lied “Soy pan, soy paz, soy más” gezongen door de Argentijnse Mercedes Sosa (ook wel de stem van Latijns Amerika genoemd), oorspronkelijk een nummer van de Piero de Benedictis. Dit lied is stemexpressie op het lijf geschreven. Het is een pleidooi voor expressie, een pleidooi je te uiten, alles eruit te gooien (zoals de lente doet), zodat er nieuwe dingen van binnen geboren  kunnen worden.

“Eens was ik alles: water, strand, hemel … de onnoembare veelheid in mij – toen kwamen de woorden, de blikken vluchtten, ik begreep ik er niets meer van – mijn ziel sterft als ik me niet kan uiten – kom op, vertel me wat er nu in je omgaat, omdat je ziel anders, als ze alleen is huilt.”

Prachtig lied. Ook de klank. Luister en lees maar (klik op het oranje balkje):

Klik hier om “Soy pan, soy paz, soy más” te horen

Soy pan, soy paz, soy más

Yo soy, yo soy, yo soy, yo soy

Soy agua, playa, cielo, casa blanca

Soy mar Atlántico, viento de América

Soy un montón de cosas santas

Mezclado con cosas humanas

Como te explico – cosas mundanas

Fui niño, cuna, teta, pecho, manta

Mas miedo, cuco, grito, llanto, raza

Después mezclaron las palabras

Y se escaparon las miradas

Algo pasó

No entendí nada

Vamos, contame, decime

Todo lo que a vos de esta pasando ahora

Por que si no, cuando esta tu alma sola llora

ay que sacarlo todo afuera

Como la primavera

Nadie quiere que adentro algo se muera

Hablar mirándose a los ojos

Sacar lo que se puede afuera

Para que adentro nazcan cosas nuevas, nuevas, nuevas, nuevas, nuevas

Yo soy, yo soy, yo soy, yo soy

Soy pan, soy paz, soy mas

Soy el que esta por acá

No quiero mas de lo que quieras dar

Hoy se te da y hoy se te quita

Igual que con las margaritas

Igual el mar

Igual la vida, la vida, la vida, la vida

Ik ben brood, ik ben vrede, ik ben meer

Ik ben, ik ben, ik ben …

Ik ben water, strand, hemel, wit huis

Ik ben Atlantische oceaan, wind van Amerika

Ik ben een veelheid van heilige dingen

gemengd met menselijke dingen

hoe zal ik ’t je uitleggen. . . . .. wereldlijke dingen

Ik was kind, wieg, moederborst, deken

Verder angst, spook, schreeuw, gehuil, temperament

Toen vermengden ze de woorden

en vluchtten de blikken

Er gebeurde iets,

ik begreep er niets van.

Kom op, vertel me, zeg me,

alles wat er nu in je omgaat,

omdat je ziel anders, als ze alleen is, huilt

Je moet alles naar buiten gooien

net als de lente doet

Niemand wil dat er van binnen iets sterft

Praten terwijl je elkaar in de ogen kijkt

naar buiten gooien wat er kan

zodat er binnen nieuwe dingen geboren kunnen worden

Ik ben, ik ben, ik ben ….

Ik ben brood, ik ben vrede, ik ben meer

ik ben degene die hier is

Ik wil niets meer dan wat jij geven wilt

Soms krijg je wat, soms wordt er wat afgenomen

net als met de margrietjes

net als de zee,

net als het leven, het leven, het leven. . .

Stroomt het bij jou?

Luister eens naar bijgaand muziekstuk “The Inner Flow” van mijn vriend Peter van Deerse. Vandaag luisterde ik naar het stuk en het raakte me, het inspireerde me. Het is zo’n prachtige improvisatie geworden. De sterke afwisseling van noten en maten, de toenemende en afnemende intensiteit, de stilte en dan weer een golf van melodieën…. het voelt als zwemmen in de zee, ondergaan in de stroom en je mee laten voeren. Daar onder water rond zwemmen, kijken naar alle mooie dingen die er te zien zijn en dan weer boven komen. Een hap adem nemen en dan weer onderduiken, een nieuwe golf, een nieuwe beweging, een nieuw onderwaterlandschap.

Het doet me denken aan het leven zelf. Soms stroomt het in ons leven en dan is het als zo’n compositie als deze, een prachtige opeenvolging van van alles. Een afwisseling van denken en doen en voelen en verwerken en bespiegelen en leren en dan verder gaan. Maar soms stroomt het niet.

Door onze opvoeding en omgeving zijn er situaties waarin we bevriezen. De stroom komt tot stilstand.

Die bevriezing kan je enorm beperken. Je volgt niet meer de stroom van het leven, maar verzet je ertegen. Omdat ze je niet bevalt, omdat die te pijnlijk is. Het loont meer om die uit de weg te gaan, dan je eraan over te geven. Denk je.

Maar stilstand is achteruitgang. Je voelt liever niet meer, blijft hangen in het denken en het doen. Waar je gevoel niet verder stroomt, loopt het vast, verwerk je niet, ben je niet daadwerkelijk met jezelf verbonden.

Kijk om je heen, alles is constant in beweging, alles is een constante verandering, een onophoudelijke stroom. Wij als mensen staan niet buiten die stroom, we zijn er onderdeel van. Dus blijf in die stroom.

Hoe doe je dat? Het begint met voelen. Voel waar het niet stroomt. En beweeg, weg uit de oppervlakte, richting de diepte. Vraag jezelf af wat je precies voelt en hoe het voelt. Laat dat gevoel er zijn, geef er expressie aan, uit je gevoel. Maak een gedicht, zing een lied, schrijf erover, jank een potje, doe een dans, ga erin ….. dat is het begin.

Het valt nog niet mee

rumi fly De 13de eeuwse Perzische filosoof en dichter Rumi kon het al mooi in woorden uitdrukken en zo’n 800 jaar later valt het voor velen van ons nog steeds niet mee om vrij te zijn, om onszelf toe te staan om onze dromen na te jagen, om te kiezen voor hetgeen ons echt gelukkig maakt. Om daar naartoe te werken en de drempels die we daarbij tegenkomen te overwinnen.