De gekleurde bril

We kijken naar de wereld door onze eigen gekleurde bril. Hoe we naar het leven kijken en over de wereld oordelen hangt af van een groot aantal variabelen; unieke zaken als onze natuurlijke aanleg, onze ervaringen, de gevoelens die we ondergaan én de gedachten waarmee we alles interpreteren. Zo bestaan er grote verschillen tussen mensen. Niet zozeer zijn omstandigheden bepalend voor hoe we ons voelen, maar meer hoe we die omstandigheden verwerken en interpreteren. Hiermee bedoel ik niet dat een aardbeving of geweld niet erg zijn als je maar positief denkt. Wel dat ook in die gevallen er verschillende reacties en mogelijkheden zijn om naar de situatie te kijken en ermee om te gaan.

Een voorbeeld

Ik denk terug aan een situatie uit mijn eigen leven, een paar jaar geleden. De organisatie waar ik voor werkte voerde een reorganisatie door en mijn baan en die van vele anderen kwam te vervallen. Er waren mensen binnen het bedrijf die het echt heel erg vonden dat er een einde kwam aan een periode die ze veel liever heel veel langer hadden voortgezet. Zij waren aangedaan door de situatie. Er waren er ook die boos werden, zich gebruikt voelden omdat ze, toen ze nodig waren altijd klaargestaan hadden en nu ze niet meer nodig waren, ontslagen werden. Ze voelden zich aan de kant gezet.

Bij mijzelf veroorzaakte deze situatie vooral een nieuwsgierigheid over waartoe dit zou leiden. De omstandigheden in mijn leven zijn vaak aan veranderingen onderhevig geweest en daar zijn ook vaak onverwachte, goede dingen uit zijn voortgekomen. Ik vond het dus juist ook wel spannend in de zin van leuk. Tegelijkertijd ondervond ik financiële zekerheid uit mijn baan, hield ik van mijn werk, de organisatie en mijn collega’s en vond ik het jammer dat daaraan een einde kwam. Maar overall had ik vertrouwen in de toekomst. Ik bedacht ik dat ik wel weer leuke mensen zou ontmoeten, me weer met nieuwe boeiende dingen zou gaan bezig houden en dat ik mezelf ook financieel zou kunnen redden. Ik voelde het niet louter als verlies, maar ook als kans. Zo keek iedereen vanuit zijn eigen perspectief.

Vrijheid

Dat verschillende mensen verschillend reageren in allerlei situaties is logisch en onoverkomelijk. Toch kan je bril van de werkelijkheid je soms behoorlijk in de weg zitten. Dan helpt die je niet om te zien hoe je verder komt, maar beperkt je daar juist in. In zo’n geval is het goed om je te realiseren dat je door je gekleurde bril kijkt en dat je met je eigen bril kunt spelen. De werkelijkheid is namelijk veel breder dan wat elk van ons ziet en ervaart. Zet daarom af en toe eens een andere bril op, verander van perspectief en laat je eigen oordeel een beetje los. Stel je voor hoe een ander naar je situatie zou kijken en hoe die verder zou komen. Het leven bestaat uit een oneindige hoeveelheid keuzemogelijkheden! Je hebt de vrijheid om te zien wat je verder helpt. Gebruik die vrijheid!

 

Over Silvia en de weg terug

De weg terug

Deze blog gaat over de kracht van stemexpressie om levens te veranderen. Met name over hoe stemexpressie mijzelf heeft geholpen bij het vinden van de weg terug. De weg die ik lang kwijt ben geweest. De weg naar wie ik ooit was en hoe ik me voelde voordat allerlei gebeurtenissen in mijn leven zorgden dat ik een deel van mijzelf afsloot.

Kleine Silvia heeft het fijn

Dit verhaal begint met kleine Silvia, een klein meisje met grote ogen. Met die ogen kijkt kleine Silvia naar de wereld. Ze groeit op in Uruguay, een mooi, rustig land in Latijns Amerika. Een land met prachtige stranden. Daar gaat kleine Silvia vaak naar toe met haar moeder. Ze geniet van het zand waarmee ze taartjes maken en van het water dat altijd maar heen en weer blijft gaan en soms in haar tenen bijt, als ze even niet oplet. Dol is ze ook op de liedjes die ze zingt met haar nichtjes en de dansjes die ze samen verzinnen. Ze houdt van de raadseltjes die de buurman aan haar voorlegt als ze tijdens de siësta-tijd samen met hem op de trap zit bij de voordeur. Kleine Silvia heeft een fijn leven.

Een rauw randje

Maar er zijn in dat land ook minder prettige dingen. Er heerst een dictatoriaal regiem en onderdrukking is aan de orde van de dag. Niet dat kleine Silvia weet wat dat precies is, maar ze weet wel dat er enge mensen zijn die willen dat andere mensen doen wat zij zeggen in plaats van vrij te zijn. Omdat ze de baas willen zijn. Soms ziet ze soldaten die de tassen van mensen doorzoeken als ze terug komen van het boodschappen doen, dan rollen alle boodschappen over de stoep en dat kan die soldaten niets schelen. Soms moet  er een meneer tegen een muur gaan staan en een ander voelt dan onder zijn kleren. Gelukkig kan kleine Silvia niet helemaal bevatten  wat er om haar een gebeurt: militair vertoon, razzia’s, geweld en achtervolging, mensen die gevangen worden genomen, mensen die worden vermoord of mensen die vluchten om dit te voorkomen.

Moeten

Al weet kleine Silvia niet helemaal wat er aan de hand is, ze voelt wel dat mensen om haar heen soms bang zijn. Er wordt veel gefluisterd, een enkele keer ziet ze iemand huilen of vangt flarden van een gesprek op. Soms in de avond, als ze eigenlijk al zin heeft om lekker te gaan slapen, moet ze mee naar iemands huis en dan gaan de volwassenen heel veel met elkaar praten. Zij mag een huisje maken met kussens en dan lekker daar gaan liggen als ze slaap heeft. Ze wil eigenlijk thuis blijven en met de poes spelen, maar dat kan niet. Het is heel belangrijk dat de volwassenen met elkaar praten. Ze zijn allemaal heel serieus en ze moet lief zijn want ze hebben veel goed werk te doen zodat iedereen weer vrij kan zijn. Als ze lief is gaan ze de volgende dag naar de speeltuin.

Pijn

Kleine Silvia is dol op haar pappa. Hij praat veel met haar en vraagt en vertelt haar van alles. Als kleine Silvia gaat slapen, zit hij naast haar bed en krabbelt aan haar ruggetje. Hij noemt haar zijn kleine katje. Op een dag komt pappa niet thuis. Kleine Silvia snapt er niets van. Er komen veel mensen op bezoek. Die zeggen allemaal tegen kleine Silvia hoe lief en flink ze is. Dat ze sterk moet zijn en haar mamma goed moet helpen omdat die heel verdrietig is.

Kleine Silvia is ook heel verdrietig, ze wil eigenlijk hard schreeuwen en gillen, maar dat kan niet. Er zijn al zoveel mensen verdrietig en dan kan ze niet ook nog’s beginnen. En ze móet lief zijn want niemand mag merken dat het erg is dat pappa weg is. Tegen de juf van school zeggen ze dat pappa op reis is voor zijn werk.

Maar pappa is niet op reis, hij zit in de gevangenis! De soldaten hebben hem opgesloten. Ze zijn bang dat pappa alle mensen vrij maakt.

Doen wat nodig is

Op een dag vallen soldaten het huis waar kleine Silvia met haar moeder woont binnen. Alles wordt overhoop gehaald, men zoekt naar bewijzen van betrokkenheid bij verzet tegen het regime.   Eén van die mannen is heel gemeen. Hij dreigt de hond door zijn kop te schieten als ie niet stil is. Kleine Silvia’s moeder doet al het mogelijke om de hond stil te krijgen. Ze is heel zenuwachtig, dat hoort kleine Silvia aan mamma’s stem. De hond is helemaal gek van het gesmijt van de mannen. Kleine Silvia helpt mamma een handje. Ze aait de hond over zijn hoofd en zegt tegen hem: “Nannootje, lieve Nannootje, rustig maar, die meneer is heel lief, hoor. Hij doet je echt niets. Hè meneer?” De meneer kijkt verwonderd naar het meisje en alle mannen in de kamer lachen.

“Heb jij ook een dochtertje?”, vraagt kleine Silvia, gebruik makend van de aandacht van de man. De man zegt ja. Nu hebben ze iets gemeenschappelijks. De man wordt rustiger en loopt de kamer uit, op zoek naar wat ie aan het zoeken is. Kleine Silvia pakt haar driewieler en rijdt achter de mannen aan: “Heeft u daar al gezocht?”, vraagt ze met haar schattigste stemmetje, terwijl ze onder het bed wijst. De mannen moeten weer lachen.

De patronen

Deze omstandigheden maakten dat er weinig ruimte was voor kleine Silvia. Ruimte om onbezorgd te zijn wie ze was en om te voelen waar ze behoefte aan had. Het verdriet door het vertrek van haar vader heeft ze tot heel veel later in haar leven niet kunnen verwerken. Gevoelig als ze was, voelde ze de pijn van degenen om haar heen en wilde hen niet extra belasten, hield haar eigen gevoel binnen. Ze voelde dat er een enorme dreiging was en ze op haar hoede moest zijn, maar kon niet begrijpen wat er precies gebeurde.

Ze ervoer de omgeving en voelde prikkels waarnaar ze zich probeerde te voegen om  ongewenste situaties uit de weg te gaan of op te lossen. Lief en schattig zijn naar verschrikkelijk dreigende mensen toe omdat ze voelde dat daar een mogelijkheid zat spanningen af te voeren van zowel haarzelf als haar omgeving. Daarbij eigen gevoelens van onzekerheid, angst en onveiligheid totaal wegdrukkend. Lief en ijverig zijn voor haar directe omgeving, voelen dat er grotere en belangrijkere dingen zijn dan haar eigen behoefte en daarnaar handelen. Niet stilstaan bij haar eigen gevoel.

Op vele manieren vormde dit verleden haar tot wie ze later is geworden.

Uiteindelijk is ze op 9 jarige leeftijd na een lange periode van omzwervingen met haar moeder via Argentinië naar Nederland gevlucht en hielden de spanningen grotendeels op. Kleine Silvia werd groter en groter en op een gegeven moment was ze volwassen.

Leven met oude patronen

Echter een patroon dat zo sterk is ingeprent is niet van de ene dag op de andere opgeruimd. Silvia is in de loop der jaren veel heftige gebeurtenissen ‘vergeten’ en was ze zich niet van haar patronen bewust. Wanneer iemand dreigend op haar overkwam of ze kreeg het gevoel de situatie niet volledig te kunnen vertrouwen of onvoldoende te kunnen inschatten, ging ze over op de automatische piloot en deed aardig, sociaal, ijverig en kwam vooral niet voor zichzelf op. Dit gebeurde vaker en ze vroeg zich regelmatig af waarom ze dit toch zo deed. Tot ze op een gegeven moment steeds grotere spanningen in zichzelf voelde en tegelijkertijd elke confrontatie uit de weg ging. Er kwam een tijd dat Silvia heel veel werkte en nauwelijks tijd had voor de dingen die ze belangrijk en leuk vond.

Tot ze een ervaring had die haar deed beseffen dat er iets was waardoor ze zichzelf helemaal wegcijferde.

Alles wegdrukken

Silvia was hoofd van een afdeling. Een taak van die afdeling was om een plan voor de hele organisatie op te stellen, aan de hand van input van alle afdelingen. De deadline voor de afdelingen om de stukken aan te leveren stond half december, zodat het plan vóór de kerst samengevoegd kon worden en van een analyse en aanbevelingen zou worden voorzien door Silvia’s afdeling. Veel afdelingen waren te laat met de stukken en het hele proces om te komen tot het plan kwam enorm onder druk te staan. Silvia’s afdeling kreeg respijt tot 1 januari.

Inmiddels werd het bijna kerst en zo’n beetje iedereen ging al met kerstvakantie. Silvia’s medewerkers hadden al vakanties geboekt e.d. dus ze vond dat ze het niet kon maken om ze te vragen aan het stuk te werken vóór het nieuwe jaar. In plaats daarvan bracht ze zelf de halve vakantie in haar pyjama door en werkte dag en nacht (vooral dat laatste, als de kinderen op bed lagen) door om het stuk op tijd af te hebben. Dat lukte, al moet je niet vragen hoe. Vervolgens duurde het tot begin maart, voor het stuk werd besproken.

Dat trof haar hart en hard. Zag dan niemand wat er gebeurde? Vond men dat normaal? Op dat moment voelde ze dat, linksom of rechtsom, ze ZELF iets moest ondernemen om het tij te keren.

De weg terug – de expressie

Vanaf dat moment is Silvia’s weg er één geweest  van leren te voelen waar ze behoefte aan heeft, voor zichzelf te leren staan en uiting te geven aan wie ze is en wat er in haar leeft. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan, een begin was moeilijk.

Ze moest beginnen bij wat haar hart zeker wist dat ze heel fijn vond: zingen! Toevallig kwam ze in contact met stemexpressie en kwam erachter dat er heel veel in haar was dat heel graag gehoord wilde worden. Tijdens die sessies liet ze haar hart klinken. Al die dingen waar ze geen woorden voor had, al die bevroren gevoelens, dat alles werd een lied dat gezongen kon worden. Een lied zonder woorden  waarin ruimte ontstond en beweging. Ruimte om te voelen wat ze zelf voelde, in plaats van wat iemand of iets anders nodig had. De beweging naar binnen in plaats van de vanzelfsprekende beweging naar buiten toe. Dat werd het begin van de weg terug.

Volwassen Silvia is klaar voor de wereld

Een aantal jaren later is er heel veel werk gedaan en veel veranderd. Silvia’s patronen leven nog in haar, maar ze herkent ze. Ze verwelkomt ze als haar goede vrienden die haar geholpen hebben toen ze het nodig had. Tegelijkertijd weet ze dat ze die patronen altijd weer kan doorbreken wanneer ze daarvoor kiest. En daar kiest ze regelmatig voor.

Het blijft hard werken op zijn tijd. Maar Silvia is weer Silvia Ze voelt zichzelf, voelt wat ze fijn vindt en wat niet. Staat stil bij wat ze wil of niet en geeft daar gevolg aan. Ze heeft geleerd dat ze kan kiezen. Omdat ze kán en mag kiezen. Omdat ze vrij is.

Overdrijven is ook een kunst

overdrijven is ook een kunst

Mensen zeggen dat vaak, “Overdrijven is ook een kunst”. Meestal is daar een negatief oordeel aan gekoppeld. Wie overdrijft wil iets veinzen en is niet betrouwbaar, zo is de opvatting. Maar dat overdrijven ook een hele andere kant heeft, is wellicht minder bekend. Overdrijven als instrument. In de praktijk pas ik het regelmatig toe.

De praktijk

Een stemexpressie-sessie gebeurt vaak in groepsverband. Je stem laten klinken, zomaar in de ruimte, vooral met al die anderen erbij, kan heel eng voelen.  Heel kwetsbaar.

Je begint klank te maken en je merkt dat je keel tegenwerkt, het zweet breekt je uit, je moet hard duwen om überhaupt geluid te maken of je merkt dat je keel heel moe wordt. Het proces van je stem onder controle krijgen neemt het van je over en in plaats van lekker in de klank te zitten, ben je heel druk bezig om je angst weg te duwen, geen valse noten te raken of enorm creatief te zijn.

Angst voor het oordeel

We klinken met de groep. We doen een oefening met het klinken van lange klanken, klinkers. Daarna voegen we medeklinkers toe om meer tot een soort van ritme over te gaan. We variëren met de medeklinkers: “Pa, ma, taaa, toe, ka, mom, pa tom tja”.

Tussen de klank-sessies door is er ruimte om iets te zeggen als je dat wilt. Vandaag vertelt Marleen over wat haar bezig heeft gehouden tijdens het klinken: dat het haar niet goed lukte om verschillende medeklinkers te verzinnen. Daarom heeft ze steeds hetzelfde uitgebracht. Ze was daarbij bang geweest dat het heel stom zou klinken en dat anderen haar daarom zouden aankijken. Ze klapte dicht door dat gevoel.

Het ‘Fuck hee-lied’

Ik nodig haar uit om één op één met mij samen te klinken. Dat gaat heel vlot en ze kan de medeklinkers zonder moeite vinden. Doordat haar aandacht op mij is gericht heeft ze weinig kans om zich met de anderen bezig te houden, dat scheelt. Ik vraag hoe het vervolgens voor haar zou voelen om vóór ons te gaan staan en dán te klinken. Ze begint bij de gedachte al te grinniken. Zenuwen! Ik vraag haar of ze wel bereid is om het te doen want het is ook heel spannend…… Ze aarzelt maar toch gaat ze het doen. Moedig! Ze komt van haar veilige plekje af en gaat voor de groep staan. Uit haar houding is duidelijk dat ze zich wat ongemakkelijk voelt. Als ze begint te klinken, klinkt haar stem zacht, ze houdt het klein.

Ik vraag wat er in haar omgaat: “Tja…” is het antwoord, “..eigenlijk denk ik: Fuck hee, wat voelt dit eng!” En gelijk daarna een lachsalvo. Ik vraag haar om dat gevoel niet te onderdrukken, maar juist heel groot te maken en mét dat gevoel in haar lijf te klinken: “Het hele ‘fuck hee-gevoel’ mag er helemaal zijn, sterker, laat het een stralend ‘Fuck-hee-lied’ worden!!”

Ze begint een lied van “Fuck hee” en “bibber bibber”. Het klinkt wat timide. “Fuck hee” mag groter, lekker overdreven.  Ze laat het gevoel langzaam toe en begint zienderogen te genieten. Het lied wordt steeds meer uitgelaten, het “bibber bibber” klinkt best funky. Nog een paar uithalen later is het alsof de zon op haar schijnt, staat ze te stralen en voluit te klinken. Het “fuck hee-lied” klinkt luid, trots en ongeremd.

De victorie van overdrijven

Wat een overwinning! Mooi om te zien hoe een rotgevoel door het er helemaal te laten zijn, helemaal uit te bouwen, helemaal in de diepte te verkennen, uit mag groeien tot iets anders, tot iets moois. Overdrijven is een kunst.

Je voelt A maar doet B

Heb je dat soms ook: Je voelt A maar doet B?

Je gaat naar buiten, wilt even snel wat boodschappen doen en dan kom je opeens iemand tegen, een vage kennis of een verre buur en die knoopt een praatje aan met je met nét teveel vragen, net te diep, net helemaal waar je géén behoefte aan hebt….. zucht. Je kletst een beetje mee, maar elk iets dat je zegt is weer aanleiding voor meer vragen. Je blijft vriendelijk, dit is nou eenmaal hoe dit soort praatjes gaan, je zit het uit en uiteindelijk zie je ergens een gaatje of een wending in het gesprek waar je je kans grijpt en inbrengt dat je snel door moet omdat je eters krijgt, of visite ontvangt, of … nou ja, zoiets. Nu lieg je dus ook nog. Maar goed, een leugentje om bestwil…. dat kan toch geen kwaad in dit soort situaties…. Maar het punt is dat je je later afvraagt waarom deze situatie je zo overkomt. Je blijft zitten met een gevoel dat iemand ergens over je grenzen heen gaat en dat je anders doet dan je eigenlijk zou willen En dat gevoel is niet zo fijn. Soms als je weer buiten loopt betrap je jezelf op de gedachte: “O, als ik die buurman maar niet weer tegenkom…”

Interessant is wat er allemaal speelt, waarom je dit zo doet. Laten we de situatie vertragen, langzaam afdraaien en zien wat er gebeurt.

In de vertraging
  • Je gaat naar buiten, je bent in je hoofd bezig met van alles, bent er niet op bedacht dat je zometeen aangesproken gaat worden….opeens staat er iemand voor je neus. Niets aan de hand op zich, je weet wie deze persoon is en het is een onschuldig praatje. Maar je bent niet op al die vragen bedacht en je gevoel reageert langzamer dan dat de situatie zich afspeelt;
  • Het is een wat ouder iemand die vaak om een gesprekje verlegen zit, dus je voelt wel een soort van medeleven. Maar deze persoon staat nu voor je neus en vraagt naar de stand van zaken van je kinderen, je partner, je werk, wat je het weekend gaat doen, een hele hoop. Je hebt hier eigenlijk niet zo’n zin in. Deze persoon staat niet dicht bij je, je hebt geen zin om een heel verslag te doen;
  • Je voelt meer een soort van vage weerstand, maar ja, moet je deze meneer daarom nu voor het hoofd gaan stoten? Want hoe moet je hier anders mee omgaan? Je kunt toch niet niet antwoorden? Of zomaar wat zeggen? Aan de andere kant: De ander is ook wel redelijk vrijpostig, vraagt je de hemd van het lijf en zet er ook geen rem op.
In de analyse

Er zijn dus een aantal factoren die in het gesprek meespelen:

  • De situatie is ‘onverwacht’. Je hebt niet erover nagedacht hoe je met zo’n situatie kunt omgaan en wordt dus een beetje overvallen. Je weet eigenlijk nog niet hoe je zou willen reageren en het gesprek gaat je te snel om dat te kunnen voelen;
  • Je kijkt met medeleven naar de persoon en je vraagt je eerder af wat hij nodig heeft, dan wat jij nodig hebt;
  • Er spelen gedachten mee van ‘hoe het moet’, dat je niet zomaar niet kunt antwoorden want iemand stelt je een vraag en dat dit ‘nou eenmaal is hoe dit soort gesprekjes gaan’.

Niet bij iedereen is het voelen even sterk ontwikkeld . Zeker als je als kind met onveiligheid te maken hebt gehad, heb je geleerd om in situaties die spannend zijn, juist je gevoel uit te schakelen of uit te stellen. Dat is een automatisme geworden in de loop der jaren. De vanzelfsprekendheid om altijd, in elke situatie, ook te voelen, met dat gevoel te dealen en je gedrag daarop af te stemmen ontbreekt of is onvoldoende ontwikkeld. Heb je daarmee te maken en wil je dat verbeteren, dan zul je daaraan moeten werken. Het is een vaardigheid die je kunt leren.

Velen van ons, zeker veel vrouwen, hebben geleerd om altijd rekening te houden met anderen, om eerder naar de behoefte van een ander te kijken dan naar de eigen behoefte. Hoewel dat heel sociaal lijkt, is het het feitelijk niet want je loopt jezelf voorbij. Ook dat is een patroon dat af te leren is.

Een uitgesteld of afgesneden gevoel en het niet focussen op de eigen behoefte zorgen ervoor dat je je, bij gebrek aan beter, naar buiten richt en je gedrag daarop afstemt. Voor dit onlogische gedrag (je voelt het een maar doet het ander) heeft ons hoofd een truukje: het produceert gedachten die rechtvaardigen dat we dit onlogische gedrag vertonen: “Zo hoort het nou eenmaal”, “Als men je een vraag stelt is het niet beleefd om er niet op te antwoorden”, “Dit is nou eenmaal hoe zulke gesprekjes gaan”. Wat je dan mist, is het feit dat je gedachten er wel zijn, maar dat ze niet persé ook waar zijn. Je kunt onderzoeken in hoeverre je jezelf met je gedachten vastzet, tegen je gevoel in.

Het goede nieuws

Het goede nieuws is dus dat je je eigen reactie en beleving kunt veranderen als je ziet welke mechanismes een rol spelen. Het lastige is dat dat niet zomaar gedaan is. Maar als je bereid bent en veel oefent is het zeker te doen! Geen enkele vaardigheid is van de één op de andere dag opgebouwd. Een leerproces gaat nou eenmaal van klein naar groot en van langzaam naar vlot. Oefenen, oefenen, oefenen. En als je dat doet dan is er ineens een moment dat het allemaal heel vanzelfsprekend gaat: Je voelt A en je zegt ook A! En je vraagt je af hoe het kan dat je daar in het verleden zo’n moeite mee had……

Maakt taal meer kapot dan je lief is?

Hoewel onze natuur is dat we graag vanuit ons hart geven en ons verbinden met anderen, zorgt taal en de manier waarop we communiceren juist voor het tegenovergestelde: afstand en onbegrip, verharding in onze eigen oordelen en gelijk willen hebben. Taal zit vol met oordelen. We gebruiken vaak woorden die niet zozeer aangeven hoe wij ons voelen, maar meer hoe we het gedrag van anderen interpreteren. We zeggen bijvoorbeeld dat we ons genegeerd, bedrogen, niet gehoord, over het hoofd gezien, overvraagd, etc voelen. Elke keer dat we zo’n term gebruiken, leggen we voor de ander juist een drempel neer in plaats van een kans tot verbinding. Taal kán meer kapot maken dan je lief is.

Maar ja, taal is taal en die gebruiken we elke dag. Dus, hoe willen we ons dan toch verbinden met anderen, als we gebruik maken van taal?

Het boek “Geweldloze communicatie” van Marshall Rosenberg gaat over het effect van taal en communicatie op wat we voelen en doen. Daarin stelt hij dat we niet zozeer moeten focussen op die taal, maar ons moeten realiseren dat de woorden vaak een onhandige en onkundige uitdrukking zijn van ons dieper gelegen behoefte. We willen eigenlijk zeggen: “Ik heb behoefte aan erkenning”, maar in plaats daarvan zeggen we: “Jij negeert me, je maakt dat ik me rot voel” met als gevolg dat de ander zich door de aanval ook rot voelt en rot doet. Wat we volgens Rosenberg nodig hebben om ‘achter de woorden’ te kunnen kijken is mededogen. Hij beschrijft het hebben en tonen van mededogen als een proces bestaande uit vier componenten:

  1. waarnemen van gedrag zonder oordeel;
  2. herkennen van gevoelens;
  3. de onderliggende behoeften zien;
  4. het formuleren van een verzoek om die behoefte te kunnen bevredigen.
Neem nu de volgende situatie:

Je partner is boos op je. Het botert niet zo tussen je moeder en hem. Hij vindt dat je moeder zich teveel met je leven bemoeit (jij vindt dat ook). Je zou haar ’s flink de waarheid moeten zeggen. Hij zegt tegen je: “Je bent een zacht ei!”.

Nu kun je vrij makkelijk in een situatie terecht komen waarin je je aangesproken voelt en je gaat verdedigen of rot terug gaat doen.

Iets van: “Ik ben helemaal geen zacht ei, maar het is wél mijn moeder”. Of “Nee, jíj bent assertief, jij doet toch ook niets!!”. Of “Ik ben misschien een zacht ei, maar dat is tenminste beter dan een belerende meester”. Nou ja, er zijn legio mogelijkheden om het uit de hand te laten lopen.

Maar je zou je ook zijn uitspraak (dat je een zacht ei bent) helemaal kunnen zien als iets waar jij buiten staat. Je dus niet gaan afvragen of het waar of onwaar is wat hij zegt, maar focussen op dát hij dit zegt en dat daar kennelijk  bepaalde gevoelens en behoeften onder liggen.

  1. Neem eerst sec zijn gedrag waar: Hij is verhit en noemt je een ‘zacht ei’.
  2. Probeer je in te leven in welk gevoel daaronder ligt: Hij irriteert zich aan je opstelling naar je moeder toe. Het zou kunnen dat hij het rot vindt om je te zien lijden onder de controle van je moeder. Misschien frustreert het hem dat je niet directer bent of dat je geen grenzen aangeeft. Misschien is hij je verhalen over je moeder zat. Je zou iets kunnen zeggen in de trant van: “Jij bent dit hele gedoe met mijn moeder een beetje zat, hè?” of “Volgens mij frustreert het je dat ik me anders naar mijn moeder opstel dan jij zou willen”.
  3. Probeer vervolgens ook te zien welke onderliggende behoefte hij heeft: hij wil je helpen om blijer te zijn, hij wil dat je moeder begrijpt welke invloed ze op jullie heeft, hij wil van het gedoe met de schoonmoeder af en misschien wil hij ook dat het in jullie relatie over jullie tweeën gaat en niet altijd over de relatie met je moeder. Je zou je vermoedens over zijn behoefte kunnen uitspreken en vragen of dat klopt. Mochten ze niet kloppen, dan hoor je vanzelf wel wat die behoefte wel is.
  4. Als laatste kun je een ‘verzoek’ formuleren richting het bevredigen van die behoefte. Je kunt alle kanten op want het verzoek is ook afhankelijk van je eigen behoefte. Het is dus zoeken naar een situatie waarbij jullie er allebei op vooruit gaan, dus waarin zowel zijn als jouw behoefte worden bevredigd. Je zou kunnen zeggen: “Ik wil die dingen eigenlijk ook. Wil je me helpen om na te denken hoe ik dat kan doen, zónder de relatie met haar op het spel te zetten, maar ook zonder dat ik mezelf voorbij hoef te lopen?”

Grote kans dat het gesprek prettiger verloopt, dat hij voelt dat je bereid bent om samen met hem een oplossing te zoeken. Én dat jullie ook echt op weg zijn gegaan naar een oplossing.

Mededogen en empathie doen echt iets met onze energie. Niet alleen omdat we andere taal gebruiken, maar ook omdat mededogen maakt dat we ons willen verbinden. Wie liefde doet, liefde ontmoet, zoiets. Je wordt zelf meer ontvankelijk voor welk gedrag dan ook. Scheldkanonnades zijn ineens beter te verdragen wanneer je niet inhoudelijk luistert, maar kijkt naar wat erachter ligt. In plaats van je bedreigd en negatief te voelen, word je nieuwsgierig en juist geneigd om de ander te helpen.

Taal hóeft dus niet meer kapot te maken dan je lief is. Zolang je je maar richt op de wereld onder die taal.

Meer weten over geweldloze communicatie?

Een mooi filmpje van Rosenberg vind je hier.