Heb je dat soms ook: Je voelt A maar doet B?

Je gaat naar buiten, wilt even snel wat boodschappen doen en dan kom je opeens iemand tegen, een vage kennis of een verre buur en die knoopt een praatje aan met je met nét teveel vragen, net te diep, net helemaal waar je géén behoefte aan hebt….. zucht. Je kletst een beetje mee, maar elk iets dat je zegt is weer aanleiding voor meer vragen. Je blijft vriendelijk, dit is nou eenmaal hoe dit soort praatjes gaan, je zit het uit en uiteindelijk zie je ergens een gaatje of een wending in het gesprek waar je je kans grijpt en inbrengt dat je snel door moet omdat je eters krijgt, of visite ontvangt, of … nou ja, zoiets. Nu lieg je dus ook nog. Maar goed, een leugentje om bestwil…. dat kan toch geen kwaad in dit soort situaties…. Maar het punt is dat je je later afvraagt waarom deze situatie je zo overkomt. Je blijft zitten met een gevoel dat iemand ergens over je grenzen heen gaat en dat je anders doet dan je eigenlijk zou willen En dat gevoel is niet zo fijn. Soms als je weer buiten loopt betrap je jezelf op de gedachte: “O, als ik die buurman maar niet weer tegenkom…”

Interessant is wat er allemaal speelt, waarom je dit zo doet. Laten we de situatie vertragen, langzaam afdraaien en zien wat er gebeurt.

In de vertraging
  • Je gaat naar buiten, je bent in je hoofd bezig met van alles, bent er niet op bedacht dat je zometeen aangesproken gaat worden….opeens staat er iemand voor je neus. Niets aan de hand op zich, je weet wie deze persoon is en het is een onschuldig praatje. Maar je bent niet op al die vragen bedacht en je gevoel reageert langzamer dan dat de situatie zich afspeelt;
  • Het is een wat ouder iemand die vaak om een gesprekje verlegen zit, dus je voelt wel een soort van medeleven. Maar deze persoon staat nu voor je neus en vraagt naar de stand van zaken van je kinderen, je partner, je werk, wat je het weekend gaat doen, een hele hoop. Je hebt hier eigenlijk niet zo’n zin in. Deze persoon staat niet dicht bij je, je hebt geen zin om een heel verslag te doen;
  • Je voelt meer een soort van vage weerstand, maar ja, moet je deze meneer daarom nu voor het hoofd gaan stoten? Want hoe moet je hier anders mee omgaan? Je kunt toch niet niet antwoorden? Of zomaar wat zeggen? Aan de andere kant: De ander is ook wel redelijk vrijpostig, vraagt je de hemd van het lijf en zet er ook geen rem op.
In de analyse

Er zijn dus een aantal factoren die in het gesprek meespelen:

  • De situatie is ‘onverwacht’. Je hebt niet erover nagedacht hoe je met zo’n situatie kunt omgaan en wordt dus een beetje overvallen. Je weet eigenlijk nog niet hoe je zou willen reageren en het gesprek gaat je te snel om dat te kunnen voelen;
  • Je kijkt met medeleven naar de persoon en je vraagt je eerder af wat hij nodig heeft, dan wat jij nodig hebt;
  • Er spelen gedachten mee van ‘hoe het moet’, dat je niet zomaar niet kunt antwoorden want iemand stelt je een vraag en dat dit ‘nou eenmaal is hoe dit soort gesprekjes gaan’.

Niet bij iedereen is het voelen even sterk ontwikkeld . Zeker als je als kind met onveiligheid te maken hebt gehad, heb je geleerd om in situaties die spannend zijn, juist je gevoel uit te schakelen of uit te stellen. Dat is een automatisme geworden in de loop der jaren. De vanzelfsprekendheid om altijd, in elke situatie, ook te voelen, met dat gevoel te dealen en je gedrag daarop af te stemmen ontbreekt of is onvoldoende ontwikkeld. Heb je daarmee te maken en wil je dat verbeteren, dan zul je daaraan moeten werken. Het is een vaardigheid die je kunt leren.

Velen van ons, zeker veel vrouwen, hebben geleerd om altijd rekening te houden met anderen, om eerder naar de behoefte van een ander te kijken dan naar de eigen behoefte. Hoewel dat heel sociaal lijkt, is het het feitelijk niet want je loopt jezelf voorbij. Ook dat is een patroon dat af te leren is.

Een uitgesteld of afgesneden gevoel en het niet focussen op de eigen behoefte zorgen ervoor dat je je, bij gebrek aan beter, naar buiten richt en je gedrag daarop afstemt. Voor dit onlogische gedrag (je voelt het een maar doet het ander) heeft ons hoofd een truukje: het produceert gedachten die rechtvaardigen dat we dit onlogische gedrag vertonen: “Zo hoort het nou eenmaal”, “Als men je een vraag stelt is het niet beleefd om er niet op te antwoorden”, “Dit is nou eenmaal hoe zulke gesprekjes gaan”. Wat je dan mist, is het feit dat je gedachten er wel zijn, maar dat ze niet persé ook waar zijn. Je kunt onderzoeken in hoeverre je jezelf met je gedachten vastzet, tegen je gevoel in.

Het goede nieuws

Het goede nieuws is dus dat je je eigen reactie en beleving kunt veranderen als je ziet welke mechanismes een rol spelen. Het lastige is dat dat niet zomaar gedaan is. Maar als je bereid bent en veel oefent is het zeker te doen! Geen enkele vaardigheid is van de één op de andere dag opgebouwd. Een leerproces gaat nou eenmaal van klein naar groot en van langzaam naar vlot. Oefenen, oefenen, oefenen. En als je dat doet dan is er ineens een moment dat het allemaal heel vanzelfsprekend gaat: Je voelt A en je zegt ook A! En je vraagt je af hoe het kan dat je daar in het verleden zo’n moeite mee had……

Je voelt A maar doet B
Getagd op:                    

2 gedachten over “Je voelt A maar doet B

  • 26 juni 2017 om 08:35
    Permalink

    Hoi Silvia,
    Een mooie herkenbare situatie. En ook de tip die je geeft van de vertraging. Die pas ik onbewust al toe, maar door jouw tip, kan ik daar wel bewuster van worden.
    Succes met je praktijk. Ik zal em aan anderen doorgeven, als de gelegenheid zich voordoet.
    Vr groet, Ankie

    Beantwoorden
    • 5 juli 2017 om 22:09
      Permalink

      Fijn dat je er wat aan hebt, Ankie! Dank en groet!

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *